Art & Creativity — Inzichten & Bronnen voor de Nederlanden

Als fotograaf en textielkunstenaar met jarenlange ervaring met zowel analoge als digitale technieken, merk ik dat de samenvoeging van fotografie en textiel frisse wegen creëert om narratieven te delen. In dit artikel presenteer ik praktische inzichten, werkmethodes en hulpmiddelen die je onmiddellijk kunt inzetten, of je nu net aanvangt dan wel al een persoonlijke praktijk bezit.

Kiezen tussen digitale en analoge technieken

Digitale fotografie geeft snelheid en herhaling, maar verliest soms wel de tactiele kwaliteit die analoge opnames wel bezitten. Ik werk daarom met een middenformaat camera voor de digitale reeks en een 4×5 inch camera voor de analoge reeks. De twee series worden later naast elkaar gelegd om te bepalen welke sfeer het beste past bij het textielproject.

Analoge film heeft een korrel die zichtbaar is na het printen op textiel. Die korrel kan een extra laag toevoegen het verhaal. Bij een serie over industriële gebouwen combineerde ik bijvoorbeeld korrelige zwart-wit foto’s met grof geweven jute. De korrel intensiveerde het gevoel van ouderdom en slijtage dat het gebouw al uitte.

Digitale technieken zijn echter noodzakelijk als ik meerdere lagen wil combineren. Met Photoshop kan ik een foto eerst omzetten in een rasterpatroon dat overeenkomt met een weefselstructuur. Dat raster print ik vervolgens op een dunne zijde die ik weer op een dikkere drager naai. Zo ontstaat een dubbele laag die zowel digitaal als handmatig tot stand is gekomen.

Lichtinval en contrast bij het afdrukken

De lichtinval tijdens het afdrukken bepaalt hoe precies de details op het textiel zichtbaar worden. Ik werkzaam met een UV-lamp die ik op een stabiele afstand van 40 centimeter boven het doek plaats. Te dichtbij veroorzaakt overbelichting en vlekken; te ver weg levert een te zachte overgang tussen lichte en donkere partijen.

Contrast is een volgende variabele. Een foto met hoge contrastwaarden kan op textiel te fel ogen, creativity, omdat de vezels het licht diffuus creëren. Ik reduceer daarom het contrast met ongeveer 15 procent in de digitale bewerking voordat ik print. Dat biedt een vloeiendere overgang en verhindert dat schaduwen volledig zwart worden.

Ik test altijd een strookje van 10 bij 30 centimeter met verschillende contrastwaarden. Op die strook schrijf ik de exacte instellingen van de printer en de belichtingstijd. Zo creëer ik een referentietabel op die ik kan gebruiken bij nieuwe projecten zonder telkens opnieuw te hoeven experimenteren.

Het borduren als vormgevend middel

Het naaien is geen loutere afwerking maar een wezenlijk bestanddeel van de compositie. Door garens verschillende dikte te gebruiken, kan ik lijnen toevoegen die de foto verder opdelen of juist verbinden. Bij een serie over migratiepatronen borduurde ik bijvoorbeeld fijne rode draden over de foto’s heen, die de routes van vogels navolgden die ik eerder had gefotografeerd.

De steekrichting is essentieel. Een horizontale steek volgt de richting van de weefseldraden en blijft nagenoeg onzichtbaar. Een verticale of diagonale steek doorbreekt het patroon en trekt de aandacht. Ik gebruik daarom een mix van beide: de horizontale steek voor subtiele correcties en de diagonale steek voor highlightpunten die het verhaal kracht bijzetten.

De kleur van de draad dicteert of de naad samengaat met de foto of daarentegen afsteekt. Bij een donkere foto neem ik een donkere draad zodat de steek enkel zichtbaar is als het licht scheef invalt. Bij een lichte foto hanteer ik een contrasterende kleur om een toegevoegde laag toe te voegen die de toeschouwer aanspoort om dichterbij te komen.

Het samenspel van licht en vezelstructuur

Een foto die op textiel wordt geprint, verkrijgt een afwijkende visuele laag aangezien het licht door de draden weerkaatst en breekt. Het effect is in geen geval exact identiek als op papier. Ik kies daarom steeds voor een proefafdruk op het finale doek vooraleer ik een groot werk produceer. Zo zie ik hoe de structuur van linnen, katoen ofwel zijde het contrast en de kleurstelling tempert of daarentegen intensiveert.

Het licht welke op een textieloppervlak neerstrijkt, verschuift per uur en per vertrek. In mijn atelier probeer ik daarom prints op uiteenlopende momenten van de dag. Een foto die in de ochtend neutraal oogt, kan in de middag heter raken door de zuiderlijke lichtval. Door dit te registreren, ontwikkel ik een klein lichtlogboek aan dat ik later kan consulteren bij nieuwe projecten.

Om de draadstructuur zichtbaar te houden, hanteer ik een glansloze inktlaag eerder dan een glansvolle coating. De matte laag voorkomt dat het licht te veel terugkaatst en houdt de weefselstructuur van het weefsel intact. Dit is met name essentieel bij portretten waarbij huidweefsel en kledingkenmerken een belangrijke rol vervullen.

Preparatie van het textieloppervlak

Alvorens een foto op textiel komt, dient het oppervlak worden voorbehandeld. Ik reinigt het doek eerst op 60 graden om alle appret te verwijderen. Hierna breng ik een een dunne laag polyurethaan aan die de inkt beter vasthoudt. Deze laag is transparant en beïnvloedt de kleur van het weefsel nauwelijks, maar garandeert dat de inkt niet door de draden heen vloeit.

Het drogen geschiedt op een rekbare frame zodat het doek strak blijft. Als het frame te klein blijkt, ontstaan er golven die later bij het printen voor onscherpte leiden. Ik meet daarom altijd de exacte afmetingen van het frame en noteer die bij het bestand, zodat ik later nauwkeurig weet hoe het doek zich gedroeg.

Een tweede voorbehandeling omvat het aanbrengen van een lichte primer op basis van acryl. Deze primer creëert het oppervlak iets gladder zonder de textuur volledig weg te nemen. Bij fijne foto’s met veel detail, zoals macro-opnames van planten, ervaar ik dat de primer het contrast verhoogt en de kleuren intenser maakt.

Documentatie van het creatieve maakproces

Het documenteren van het proces maakt het mogelijk om later te evalueren op beslissingen die tijdens het maken werden genomen. Ik fotografeer elke tussenstap met een vaste camera-standaard en dezelfde lichtval. Zo wordt er gecreëerd een collectie die laat zien hoe een idee zich vormt van schets tot eindresultaat.

De documentatie bevat ook mislukte experimenten. Een print die te donker blijkt of een naad die scheef loopt, wordt ook geregistreerd. Door deze fouten te behouden, zie ik structuren in wat niet lukt en kan ik die in een toekomstig project voorkomen. Het bestand van mislukkingen is om die reden even nuttig als het archief van geslaagde werken.

De documentatie ontwikkelt zich tot uiteindelijk op zich een artistiek werk. Ik selecteer een reeks procesfoto’s en print die op dun blad dat ik daarna op het definitieve textielwerk bevestig. Zo komt er een dubbele structuur waarin enerzijds het eindresultaat als de route ernaartoe zichtbaar wordt. Dit geeft de kijker inzicht in de diepgang van het creatieve proces.

Opslag en opslag van hybride werken

Hybride werken van foto en textiel vragen een andere bewaarwijze dan klassieke foto’s. Ik plaats ze liggend in zuurvrije dozen met intermediaire vellen Tyvek. Tyvek is ademend en belet dat vocht zich ophoopt, terwijl het tegelijk stof en licht blokkeert.

Temperatuur en luchtvochtigheid moeten stabiel te blijven. Een fluctuatie van meer dan 5 graden Celsius per dag kan de lijm tussen foto en textiel aantasten. Ik registreer daarom de condities in de opslagruimte met een digitale hygrometer en noteer de waarden elke week. Bij afwijkingen pas ik de ventilatie aan of verplaats ik de dozen naar een andere ruimte.

Voor transport gebruik ik een platte kist met schuimrubber aan de binnenkant. Het schuimrubber is gevormd in de vorm van het werk, zodat het niet kan bewegen. Op de buitenkant bevestig ik een label met de afmetingen en het gewicht, zodat de vervoerder beseft dat het werk kwetsbaar is en liggend behoort te worden vervoerd.

Leave a Comment


Call for Pricing